Je kent ze vast. De lijstjes waarin je eerst moet bepalen of je lichaam een appel, peer, zandloper, rechthoek of omgekeerde driehoek is. En daarna volgt het advies. Heb je dit figuur? Dan moet je dát dragen. Heb je wat bredere heupen? Dan kun je die het beste camoufleren. Een buikje? Afleiden graag. Brede schouders? Vooral niet benadrukken. Alsof we ons ’s ochtends aankleden met maar één doel: zoveel mogelijk op de ideale zandloper lijken.
Dat kan anders.
Want natuurlijk doet de vorm van een jurk iets met je silhouet. Een rechte jurk oogt anders dan een getailleerde jurk. Een V-hals doet iets anders dan een ronde hals en een rok die vanaf de taille uitloopt geeft een ander effect dan een jurk die recht naar beneden valt. Dat is nuttige informatie. Maar wat jij vervolgens met die informatie doet, bepaal je lekker zelf.
Begin niet bij je figuur, maar bij wat jij mooi vindt
Misschien heb je brede heupen en vind je die juist prachtig. Waarom zouden we ze dan moeten camoufleren? Misschien heb je weinig taille en vind je het juist mooi om met een ceintuur meer taille te creëren. Of misschien denk je: laat die taille maar zitten, geef mij maar een rechte jurk waarin ik me vrij kan bewegen.De betere vraag is daarom niet alleen:
Welke jurk past bij mijn figuur?
Maar vooral:
Welk effect wil ik dat deze jurk heeft?
En zodra je dat weet, wordt kiezen een stuk makkelijker.
Wil je je taille benadrukken?
Kijk dan naar jurken waarbij de vorm rond de taille duidelijk zichtbaar is. Dat kan een getailleerd model zijn, een jurk met een ceintuur of bijvoorbeeld een wikkeljurk. De plaats van die taille doet trouwens óók iets. Zit de naad of ceintuur wat hoger, dan kunnen je benen optisch langer lijken. Een taille die precies op je natuurlijke taille valt, benadrukt juist de verhouding tussen boven- en onderlichaam. En nee: daarvoor hoef je geen zandloperfiguur te hebben. Sterker nog, kleding kan juist vorm maken. Dat is een van de leuke dingen ervan.
Wil je juist een rustiger, rechter silhouet?
Dan kan een recht of losser vallend model heel mooi zijn. Zo’n jurk volgt de lijnen van je lichaam minder nadrukkelijk en legt daardoor minder accent op de taille. Dat kan prettig zijn omdat je graag wat meer bewegingsruimte hebt, maar het kan óók gewoon de uitstraling zijn waar je van houdt. Een rechte jurk kan minimalistisch en rustig ogen, maar met een uitgesproken print of kleur ineens behoorlijk eigenwijs worden. De vorm van de jurk is tenslotte maar een deel van het verhaal.
Wil je ruimte rond heupen en benen?
Dan is de A-lijn niet voor niets zo’n klassieker. Een A-lijn is smaller aan de bovenkant en loopt naar beneden geleidelijk wijder uit. Daardoor valt de stof vrijer rond heupen en bovenbenen. Vaak lees je dat dit model ideaal is om bredere heupen te ‘verbergen’. Maar misschien willen we helemaal niets verbergen. Je kunt ook gewoon zeggen: een A-lijn geeft ruimte rond de heupen en creëert een vloeiende lijn naar beneden. Dan kun jij zelf bepalen of dat het effect is waar je naar zoekt.
Kijk ook eens naar de halslijn
We letten bij een jurk vaak als eerste op de rok of de taille, terwijl de halslijn minstens zoveel kan doen. Een V-hals creëert een verticale lijn en kan het bovenlichaam daardoor optisch wat langer laten lijken. Een ronde hals geeft een zachter effect. Een boothals legt juist meer nadruk op de horizontale lijn van de schouders. Geen van die drie is beter. Maar het verschil kan wel verklaren waarom je voor de spiegel staat en denkt: hè, deze jurk doet iets heel anders bij mij.
En dan is er nog de lengte
Mini, rond de knie, midi, maxi: ook de plek waar een jurk eindigt beïnvloedt het totaalbeeld. En daar komt iets bij wat in al die figuuradviezen nogal eens wordt vergeten: jouw lengte en verhoudingen. Dezelfde midi-jurk kan bij iemand van 1,60 bijna een maxi zijn en bij iemand van 1,80 ruim boven de enkel eindigen. De plek waar een zoom op jouw been valt, kan daardoor belangrijker zijn dan het etiketje ‘peer’ of ‘appel’ dat iemand ooit aan jouw lichaamsvorm heeft gehangen.
Stof kan de hele jurk veranderen
En dit is misschien wel een van de meest onderschatte dingen. Een model kan op papier perfect bij je passen en tóch anders vallen dan je verwacht. Een soepele ecovero of lyocell beweegt met je lichaam mee. Een stevigere katoen houdt meer zijn eigen vorm. Stretch zorgt weer voor een andere aansluiting. Een dunne stof tekent anders dan een wat zwaardere kwaliteit. Zelfs twee jurken met bijna dezelfde snit kunnen daardoor compleet anders ogen en voelen. Kijk daarom bij kleding nooit alleen naar het model. Materiaal, dikte, soepelheid en stretch horen net zo goed bij de pasvorm.
Vergeet vooral de spiegeltest niet
Alle theorie ten spijt is er uiteindelijk één test die allerbelangrijkste is:
Trek de jurk aan. Kijk in de spiegel.
Niet om onmiddellijk te zoeken naar wat er ‘beter’ zou kunnen aan je lichaam. Kijk naar het geheel. Voel je je er prettig in? Vind je wat je ziet? Kun je bewegen? Heb je zin om hem aan te houden? Zie je jezelf ermee naar je werk gaan, een terrasje pakken, naar een feestje gaan of gewoon op een zonnige dinsdag boodschappen doen? Dan heb je veel meer aan dat antwoord dan aan de wetenschap dat je officieel een peer zou zijn.
Kleding mag iets vóór je doen. Niet iets mét je doen.
Pasvormadvies is belangrijk. Heel belangrijk zelfs. Goede informatie over een jurk kan je helpen om sneller iets te vinden waarin jij je prettig voelt. Maar advies is iets anders dan een voorschrift. Je hoeft je lichaam niet met kleding te corrigeren tot het voldoet aan een ideaalplaatje. Je mag kleding juist gebruiken om te spelen met vorm, kleur, verhoudingen en stijl. Benadrukken wat jij mooi vindt. Een ander effect creëren als je daar zin in hebt. Of alle zogenaamde regels compleet negeren omdat je verliefd bent geworden op een jurk. Want uiteindelijk is dát misschien wel het beste stijladvies:
Kijk wat een jurk doet. Bepaal of jij dat mooi vindt. En vertrouw vervolgens vooral op jezelf.

